Belanghebbende werd in 2012 betrapt op het kweken van hennep in zijn woning. De inspecteur stelde op basis van een BOOM-rapport een belastingaanslag vast die uitging van een inkomen uit de hennepteelt van €45.000. Belanghebbende diende geen aangifte in en werd strafrechtelijk veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet, maar de ontnemingsvordering werd afgewezen.
In deze bestuursrechtelijke procedure betwistte belanghebbende de hoogte van de aanslag en voerde hij aan dat hij geen inkomsten had genoten omdat oogsten waren mislukt. Tevens stelde hij dat de onschuldpresumptie was geschonden door het gebruik van de strafrechtelijke uitspraak in de fiscale procedure.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur terecht een redelijke schatting had gemaakt en dat de omkering en verzwaring van de bewijslast van toepassing was vanwege het niet doen van aangifte. Het beroep op schending van de onschuldpresumptie faalde omdat de fiscale procedure een ander bewijskader kent en niet gebonden is aan het strafrechtelijke oordeel. De aanslag werd verminderd conform een herrekende berekening en de proceskosten werden aan belanghebbende toegekend.