Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 22 maart 2017 en de daarin vermelde stukken
- het extract uit het audiëntieblad van de rolbehandeling van 29 maart 2017 waarin is vermeld dat mr. A.M. van Schaick zich onttrekt als advocaat van NHU en deze partij op de hoogte heeft gebracht van de gevolgen daarvan
- het proces-verbaal van comparitie van 30 mei 2017 en de daarin vermelde stukken
- de conclusie van repliek, met producties
- de conclusie van dupliek, met producties
- de akte houdende uitlating en houdende producties van NHU, met producties
- de akte uitlating producties van de gemeente.
2.Het geschil
3.De beoordeling
jegens NHU(cursivering rechtbank) onrechtmatig is. Dit, omdat NHU, aan wie het besluit was gericht, geen bezwaar en beroep tegen dat besluit heeft ingesteld, maar alleen [eigenaar pand] en [naam directeur] . Volgens NHU is dit geen onderwerp dat ambtshalve aan de orde kan worden gesteld omdat de ambtshalve toetsing beperkt dient te blijven tot processuele belangen en dwingend recht. De gemeente heeft geen verweer op dit punt gevoerd en het is niet de taak van de rechtbank om het verweer van de gemeente aan te vullen, aldus NHU.
jegens NHUgepleegde onrechtmatige daad. In de dagvaarding is door NHU slechts gesteld dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld, niet dat de gemeente
jegens NHUonrechtmatig heeft gehandeld. De gemeente heeft aan dit beoordelingselement in de conclusie van antwoord evenmin aandacht geschonken. In zo’n geval zoals dat hier - tot aan de zitting - aan de orde was, is de rechtbank gehouden te beoordelen of de vordering van NHU, die veronderstelt dat de gemeente
jegens NHUonrechtmatig heeft gehandeld, de rechtbank onrechtmatig of ongegrond voor komt. Om te voorkomen dat de op dit onderdeel te nemen beslissing voor partijen, vanwege het ontbreken van verweer en vanwege het ontbreken van vragen van de rechtbank, als een verrassingsbeslissing zou worden ervaren, heeft de rechtbank de in 3.3. weergegeven vraag opgeworpen. Daarmee heeft de rechtbank naar haar oordeel geen procesrechtelijke regel overtreden. Nu partijen vervolgens ter zitting en nadien in de conclusies hun standpunten hebben uiteengezet in verband met de vraag of met de herroeping van het besluit van 18 juni 2013 is gegeven dat de gemeente onrechtmatig jegens NHU heeft gehandeld, is de rechtbank gehouden die in de beoordeling te betrekken.
jegens NHUheeft gehandeld. De rechtbank beantwoordt die vraag als volgt.