Belanghebbende deed aangifte BPM voor een Audi A4 en betaalde €430. Na een hertaxatie stelde de inspecteur een naheffingsaanslag van €2.416 vast. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze aanslag. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is omdat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de uitspraak op bezwaar tijdig is verzonden.
De rechtbank verwerpt de stelling dat sprake is van schending van de hoorplicht of het unierechtelijke verdedigingsbeginsel. De naheffingsaanslag is niet in strijd met het EU-recht, ook niet omdat de naheffing na registratie plaatsvindt. De rechtbank gaat uit van het hertaxatierapport van een onafhankelijke taxateur en vermindert de aanslag tot €1.589, waarbij niet de volledige door belanghebbende opgevoerde schade wordt erkend.
Belanghebbende heeft recht op een immateriële schadevergoeding van €2.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan €2.404 voor rekening van de inspecteur en €96 voor de Minister voor Rechtsbescherming. Verzoeken om rentevergoeding over de naheffing, immateriële schadevergoeding, griffierecht en proceskosten worden afgewezen. De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.500 en het griffierecht van €168.