Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
Korte beschrijving van de situatie
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbenden exploiteren een melkveehouderij en voeren een geschil over de kwalificatie van verschillende bouwwerken en erfverharding als aanhorigheden in de zin van artikel 3.30a van de Wet inkomstenbelasting 2001. De inspecteur past de afschrijvingsbeperking toe op deze onderdelen omdat de bodemwaarde is bereikt, hetgeen belanghebbenden betwisten.
De rechtbank stelt vast dat het relevante criterium voor aanhorigheden is dat het bouwwerk behoort bij een gebouw, daarbij in gebruik is en daaraan dienstbaar is. Dit criterium volgt uit de parlementaire geschiedenis en jurisprudentie, waaronder een arrest van de Hoge Raad uit 1993. Het door belanghebbenden voorgestelde strengere criterium van 'onmiddellijk en uitsluitend dienstbaar' wordt verworpen.
Uit het onderzoek ter plaatse blijkt dat de mestsilo, strooiselhok, sleufsilo's en erfverharding qua ligging en functie duidelijk tot de bedrijfsgebouwen behoren, in gebruik zijn en daaraan dienstbaar zijn. Ook al wordt een deel van de erfverharding als openbare toegangsweg gebruikt, verandert dit niets aan de kwalificatie als aanhorigheid.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de aanslagen zoals verminderd in bezwaar. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de aanslagen bevestigd met toepassing van de afschrijvingsbeperking op de bouwwerken en erfverharding als aanhorigheden.