Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende ontving vanaf maart 2011 een pensioenuitkering waarop loonheffing werd ingehouden. Het pensioenfonds bracht inhoudingen aan wegens te veel uitbetaald pensioen in de jaren 2014 en 2015. Belanghebbende wilde deze inhoudingen als negatief loon aftrekken en stelde dat hij recht had op terugbetaling van loonheffing.
De inspecteur corrigeerde de aangiften door het negatief loon en de loonheffing niet te erkennen. Belanghebbende stelde tevens een beroep op het vertrouwensbeginsel vanwege een voorlopige aanslag in een later jaar.
De rechtbank oordeelde dat de inhoudingen reeds in mindering waren gebracht op het belastbaar loon, waardoor dubbele aftrek niet aan de orde was. Ook de loonheffing was correct verwerkt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen sprake was van een bewuste standpuntbepaling door de inspecteur. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden gehandhaafd.