Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 4 december 2018 van de meervoudige kamer in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
Standpunt eiseres
Wettelijk kader
Oordeel van de rechtbank
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van Werkplein Hart van West-Brabant om haar bijstandsuitkering niet terug te dateren tot 8 maart 2017, de datum waarop zij de aanvraag indiende. Zij stelde dat bijzondere omstandigheden, waaronder het onverwachte overlijden van haar man op 7 maart 2017 en haar daaropvolgende afwezigheid in het buitenland, rechtvaardigen dat de uitkering met terugwerkende kracht wordt toegekend.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak bijstand in beginsel niet wordt verleend vóór de dag van melding of aanvraag. Afwijking is slechts mogelijk bij bijzondere omstandigheden of zeer dringende redenen. De rechtbank oordeelt dat de inschatting van recht op een andere uitkering, hier de nabestaandenuitkering van de Sociale Verzekeringsbank, voor rekening en risico van eiseres blijft. Zij had eerst moeten informeren bij de SVB en daarnaast tijdig een bijstandsaanvraag kunnen indienen.
De rechtbank stelt vast dat de omstandigheden geen bijzondere reden vormen om af te wijken van de hoofdregel. Ook is niet voldaan aan de strenge criteria voor zeer dringende redenen, omdat geen sprake was van een acute noodsituatie met levensbedreigend karakter of blijvend ernstig letsel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de bijstandsuitkering wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstandsuitkering wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.