Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
- de invorderingsrente (€ 900) en de betekeningskosten (€ 2.469);
- het onbetaald gebleven deel van de naheffingsaanslag loonheffingen en de bijbehorende boetebeschikking met betrekking tot de maand november 2015, omdat deze aanslag betrekking heeft op een periode waarin belanghebbende volgens de ontvanger grotendeels geen bestuurder meer was van de stichting (€ 1.565 inclusief verzuimboete).
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aansprakelijkstelling tot € 16.570;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: