Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Verzoek tot uitlevering
4.Genoegzaamheid van de stukken
5.Dubbele strafbaarheid
“De toelichtende Nota op dit Verdrag houdt met betrekking tot art. 2, vierde lid, onder meer in: “De deelneming in een vereniging van personen wier doelstelling is gericht op het plegen van een misdrijf, dekt gedeeltelijk het Amerikaanse begrip conspiracy, echter slechts voor zover naar Nederlands recht sprake is van overtreding van artikel 140 Wetboek Pro van Strafrecht (vlg. NJ 1979,11). Daartoe is nodig dat aannemelijk wordt gemaakt dat de opgeëiste persoon behoort tot een vereniging van personen die zich in algemene zin op het plegen van misdrijven richt.”
6.Slotsom
7.Toepasselijke wetsartikelen
- de artikelen 1, 2, 9 en 11 van het Uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika;
- de artikelen 2, 5 en 51a van de Uitleveringswet.
8.De beslissing
[Naam]