Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende was houder van een auto en ontving een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting (mrb) en een boete wegens niet-tijdige betaling. Hij maakte bezwaar tegen deze aanslag en boete. De rechtbank oordeelt dat het heffen van mrb geen materiële werkingssfeer van het Unierecht raakt en dat belanghebbende voorafgaand aan de naheffingsaanslag niet gehoord hoefde te worden.
De rechtbank acht aannemelijk dat de rekening tijdig is verzonden en dat belanghebbende deze ook heeft ontvangen. Het tweede verzuim binnen twaalf maanden is vastgesteld, waardoor de boete terecht is opgelegd. De boete wordt echter verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn voor bezwaar en beroep.
De inspecteur is in verzuim met het uitbetalen van de kostenvergoeding uit de bezwaarfase, waardoor wettelijke rente hierover verschuldigd is. Tevens wordt een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn. De proceskosten en griffierecht worden aan belanghebbende vergoed, met een termijn voor betaling en rente bij te late betaling.
Uitkomst: De boete wordt verminderd tot €46 en de inspecteur wordt veroordeeld tot betaling van rente, immateriële schadevergoeding en proceskosten.