Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procedurele achtergrond
2.Overwegingen
“Voorkomen moet worden dat de bestuursrechter gehouden zou zijn talloze stukken of verwijzingen te doorzoeken op relevantie voor de zaak in het kader waarvan zij zijn meegezonden.” [3] Uit de memorie volgt echter indirect ook dat het artikel beoogt, in het kader van een goede procesorde, de belangen van de wederpartij te beschermen. [4] De memorie vermeldt namelijk dat de inhoud van artikel 8:32a van de Awb is ontleend aan het arrest NJ 2004/48. [5] Uit dat arrest volgt dat de substantiëringsplicht mede dient ten behoeve van de wederpartij.