ECLI:NL:HR:2003:AF0201
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging begeleide omgangsregeling tussen vader en minderjarige kinderen
De zaak betreft een verzoek tot wijziging van de omgangsregeling tussen een vader en zijn twee minderjarige kinderen, geboren uit een inmiddels ontbonden huwelijk. De moeder heeft het gezag over de kinderen en de omgangsregeling was eerder vastgesteld door de Rechtbank en het Gerechtshof, waarbij omgangscontacten van de vader met de kinderen werden geregeld.
De Stichting verzocht om een wijziging van de omgangsregeling in een begeleide omgang van twee uur per vier weken onder toezicht van een gezinsvoogdes. De Rechtbank en het Gerechtshof hebben dit verzoek toegewezen en bekrachtigd. De vader stelde daartegen beroep in cassatie.
In cassatie stond centraal of het Hof terecht bepaalde stukken niet in behandeling had genomen, waaronder geluidsopnamen die de vader had gedeponeerd. De Hoge Raad overwoog dat de rechter voldoende maatregelen moet nemen om kennisneming van bewijsstukken mogelijk te maken, maar ook dat de partij die het bewijs aanvoert moet toelichten welk belang het dient. Bij het uitblijven daarvan mag de rechter het bewijs terzijde leggen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de begeleide omgangsregeling. De overige klachten van de vader werden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belang hadden voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de begeleide omgangsregeling onder toezicht van de Stichting.