Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de voldoening op aangifte van de belasting personenauto’s en motorrijwielen (BPM) betreffende de registratie van een auto met een specifiek VIN-nummer. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat belanghebbende niet degene is die de BPM heeft voldaan, noch de eerste kentekenhouder is. Belanghebbende heeft deze omstandigheden niet bestreden.
De rechtbank bevestigt dat het recht tot bezwaar in beginsel alleen toekomt aan degene die de BPM heeft voldaan. Hoewel onder bepaalde omstandigheden ook anderen bezwaar kunnen maken, heeft belanghebbende geen feiten gesteld die dit aannemelijk maken. De rechtbank laat open of dit in de beroepsfase alsnog kan worden aangevoerd, maar constateert dat dit niet is gebeurd.
De inspecteur mocht afzien van het horen van belanghebbende omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was. De weigering van de gemachtigde in de bezwaarfase leidt niet tot schending van grondrechten van belanghebbende. De rechtbank wijst het beroep af, maar kent een vergoeding toe van € 500 voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en vergoedt proceskosten van € 393,75 en griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond verklaard, met toekenning van een immateriële schadevergoeding en proceskosten.