Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
), bij de griffie van deze rechtbank ontvangen op 19 mei 2020;
2.De feiten
3.Het verzoek
4.4. De beoordeling
Locatie Tilburg
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoeker diende vier klachten in tegen de zorgaanbieder GGz Breburg over de toediening van medicatie, beperking van bewegingsvrijheid, onrechtmatige insluiting en het niet voldoen aan formele vereisten tijdens een crisismaatregel.
De rechtbank verklaarde de klachten over medicatie en bewegingsvrijheid ongegrond, maar oordeelde dat verzoeker onterecht was ingesloten op de Intensive Care Unit zonder geldige machtiging. Tevens werden formele fouten vastgesteld, zoals het niet tijdig verstrekken van afschriften en onvoldoende vastlegging van wilsbekwaamheid.
De rechtbank kende een schadevergoeding van €600 toe voor de onrechtmatige insluiting en de formele tekortkomingen, en veroordeelde GGz Breburg tot betaling hiervan. De overige klachten werden afgewezen. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid en registratie bij verplichte zorg.
Uitkomst: De rechtbank verklaart klachten over onrechtmatige insluiting en formele tekortkomingen gegrond en veroordeelt GGz Breburg tot betaling van €600 schadevergoeding aan verzoeker.