ECLI:NL:RBZWB:2021:136
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvragen wegens onvoldoende bewijs kostgangerschap en termijnoverschrijding bezwaar
Eiseres ontving sinds november 2017 een bijstandsuitkering die in september 2018 werd ingetrokken omdat zij volgens het college samenwoonde met een huisgenoot. Eiseres diende daarop meerdere aanvragen voor algemene en bijzondere bijstand in, die het college afwees wegens het niet overleggen van benodigde bewijsstukken en het niet verschijnen op gesprekken.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het college verklaarde het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Eiseres stelde dat de kostgangersovereenkomst een nieuw feit was, maar de rechtbank oordeelde dat deze overeenkomst niet als nieuw feit kon gelden omdat zij niet eerder was overgelegd en bovendien achteraf was opgesteld.
De rechtbank stelde vast dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij als kostganger moest worden aangemerkt, mede omdat zij geen betalingsbewijzen overlegde. Ook had zij niet voldaan aan haar informatieplicht, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar bijstandsaanvragen wordt ongegrond verklaard.