ECLI:NL:RBZWB:2021:1593
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op bijzondere bijstand voor tandartskosten wegens voorliggende voorziening
Eiser, die sinds 1992 een bijstandsuitkering ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor tandartskosten. Het college van burgemeester en wethouders van Breda wees deze aanvraag af, stellende dat de zorgverzekering een voorliggende voorziening is die toereikend en passend is. Eiser maakte bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard.
Eiser stelde dat het niet naar de tandarts kunnen gaan levensbedreigend is en dat hij door cumulatie van kosten niet kan reserveren. De rechtbank overwoog dat de Zorgverzekeringswet tandartskosten in beginsel dekt en dat bijzondere bijstand daarvoor niet kan worden verleend. Alleen bij zeer dringende redenen, zoals een acute levensbedreigende situatie, kan bijstand worden toegekend.
De rechtbank vond niet aannemelijk dat eiser een acute noodsituatie had en wees het beroep af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep op bijzondere bijstand voor tandartskosten wordt ongegrond verklaard omdat de zorgverzekering een passende voorliggende voorziening is en geen acute noodsituatie is aangetoond.