Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een B.V. die personeel uitleent aan gelieerde ondernemingen, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 2013. De rechtbank beoordeelde of belanghebbende als ondernemer in de zin van artikel 7 Wet Pro OB kon worden aangemerkt en of sprake was van een fiscale eenheid met een gelieerde B.V.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende in 2013 minimaal 14 personen in dienst had en een aanzienlijke omzet behaalde door het uitlenen van personeel aan gelieerde B.V.'s, waarvoor een vergoeding werd betaald. Dit duidt op een duurzame economische activiteit onder bezwarende titel, ook al waren de inkomsten enkel ter dekking van kosten.
Ten aanzien van de fiscale eenheid oordeelde de rechtbank dat de vereiste financiële verwevenheid ontbrak omdat belanghebbende slechts 50% van de aandelen bezat. Materiële zeggenschap kon dit niet compenseren. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.