ECLI:NL:HR:2009:BF0401
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Financiële verwevenheid tussen stichtingen voor fiscale eenheid omzetbelasting
Belanghebbende, een instelling voor hoger beroepsonderwijs, richtte in 1996 Stichting X1 op met als doel kennis te delen ten behoeve van ondernemingen en maatschappelijke organisaties. De bestuursleden van X1 worden benoemd en ontslagen door het bestuur van belanghebbende, en wijzigingen in de statuten van X1 vereisen voorafgaande goedkeuring van belanghebbende. Vanaf 1 januari 1999 zijn de bedrijfsonderzoeken van belanghebbende ondergebracht bij X1, die haar omzet voornamelijk genereert uit vergoedingen voor deze onderzoeken en cursussen.
De fiscale vraag betrof of belanghebbende en X1 zodanig financieel, organisatorisch en economisch verweven zijn dat zij als één ondernemer moeten worden beschouwd voor de omzetbelasting, conform artikel 7, lid 4, van de Wet op de omzetbelasting 1968. Het Hof stelde vast dat deze verwevenheid aanwezig is, mede door de financiële afhankelijkheid via een rekening-courantverhouding zonder rente en zonder afspraken over aflossing, en het feit dat de jaarrekening van X1 volledig geïntegreerd is in die van belanghebbende.
De Hoge Raad bevestigde dat de financiële verwevenheid tussen stichtingen niet kan worden beoordeeld aan de hand van aandelenbezit, maar aan de hand van directe financiële afhankelijkheid en invloed. Het oordeel van het Hof dat belanghebbende en X1 een eenheid vormen, is niet onjuist of onvoldoende gemotiveerd. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën ongegrond en veroordeelde de Staat in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag wordt vernietigd.