Het Zorgkantoor heeft in drie besluiten de budgetvaststelling over de jaren 2015 tot en met 2017 herzien en deze aan eiser toegezonden. Eiser maakte bezwaar, maar het Zorgkantoor verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift niet ondertekend was en geen gronden bevatte. Eiser betwistte de ontvangst van de herstelverzuimbrief die hem in de gelegenheid moest stellen het bezwaar te corrigeren.
De rechtbank beoordeelde of het Zorgkantoor terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. Volgens vaste jurisprudentie ligt het risico van niet-ontvangen brieven bij de verzender, tenzij deze aannemelijk kan maken dat de brief is verzonden. Het Zorgkantoor kon echter geen bewijs van verzending van de herstelverzuimbrief overleggen, waardoor niet kon worden vastgesteld dat eiser de brief heeft ontvangen.
Daarom oordeelt de rechtbank dat het Zorgkantoor te snel tot niet-ontvankelijkverklaring is overgegaan zonder eiser de kans te geven het verzuim te herstellen. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het Zorgkantoor opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het Zorgkantoor veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.