ECLI:NL:RVS:2017:3285
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- A.W.M. Bijloos
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor bouwactiviteiten ondanks bezwaren en procedurele discussie
Het algemeen bestuur verleende op 2 juni 2016 een omgevingsvergunning aan appellante voor het vergroten van een pand, het plaatsen van een kelder en een container op een perceel in Amsterdam. De Vereniging van eigenaars en anderen maakten bezwaar, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege het ontbreken van gronden en machtiging binnen een gestelde termijn. De rechtbank oordeelde echter dat het bestuursorgaan de verzending van de herstelverzuimbrief niet aannemelijk had gemaakt, waardoor het bezwaar alsnog ontvankelijk werd verklaard.
Appellante stelde dat de verklaring van een juridisch-administratief medewerker voldoende was om de verzending aannemelijk te maken, maar de Raad van State volgde de rechtbank hierin niet vanwege discrepanties in de verzendadministratie. Vervolgens nam het algemeen bestuur op 4 april 2017 een inhoudelijk besluit op het bezwaar en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De vereniging betoogde dat de vergunning niet verleend had mogen worden omdat de onderliggende vergunning nog niet onherroepelijk was, dat de bouwhoogte niet overeenkwam met eerdere vergunningen en dat de zuidelijke entree niet adequaat was meegenomen. De Raad van State oordeelde dat de onderliggende vergunning weliswaar niet onherroepelijk was, maar wel van kracht, zodat dit geen weigeringgrond vormde. Ook was de bouwhoogte in overeenstemming met het bestemmingsplan en de afwijkingsvergunning, en was de zuidelijke entree op de bouwtekeningen opgenomen en ruimtelijk aanvaardbaar.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning wordt bevestigd.