ECLI:NL:RBZWB:2021:3647
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de belastingaanslag inkomstenbelasting 2014 en verzuimboete
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2014, die door de inspecteur was opgelegd en later verminderd. De kern van het geschil betrof de vraag of de vereiste aangifte was gedaan en of de aanslag terecht was vastgesteld op een belastbaar inkomen van €44.000.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet de vereiste aangifte had gedaan, onder meer omdat hij een nihil-aangifte had gedaan terwijl hij een bijtelling van €14.804 voor het privégebruik van een luxe auto niet had opgegeven. De inspecteur had het belastbare inkomen op redelijke wijze geschat, waarbij rekening was gehouden met objectieve gegevens zoals NIBUD-normen, bankafschriften en een luxe levensstijl.
Belanghebbende slaagde er niet in het door de inspecteur geschatte inkomen te weerleggen. De rechtbank matigde de verzuimboete van €344 naar €292 vanwege overschrijding van de redelijke termijn van ruim anderhalf jaar. Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete gematigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2014 wordt ongegrond verklaard en de verzuimboete wordt gematigd tot €292.