Eiseres ontvangt sinds 2015 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Het college Tilburg wijzigde haar uitkering per 4 januari 2020 naar de kostendelersnorm en vorderde een teveel betaalde uitkering terug over de periode 4 januari tot 29 februari 2020, omdat zij stelde dat haar zoon, die 21 jaar was geworden, nog bij haar woonde.
De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de zoon zijn hoofdverblijf bij eiseres had. De bevindingen tijdens het huisbezoek, waaronder kleding en een brief van de gemeente, waren onvoldoende bewijs. Eiseres had aangetoond dat haar zoon bij zijn neef woonde en dat hij slechts incidenteel bij haar verbleef.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres. De uitspraak is openbaar gemaakt en het college kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.