ECLI:NL:RBZWB:2021:4539
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing geheimhouding stukken in belastingzaak navorderingsaanslagen
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van de inspecteur om bepaalde bijlagen in belastingzaken geheim te houden op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De stukken bevatten persoonsgegevens van ambtenaren en derden, alsmede informatie over controle- en behandelstrategieën van de Belastingdienst.
De geheimhoudingskamer heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting, omdat de aard van de procedure een mondelinge behandeling niet passend maakte. De belangenafweging leidde tot het oordeel dat de bescherming van persoonsgegevens en het belang van de Belastingdienst bij een effectieve controle zwaarder wegen dan het belang van belanghebbenden bij volledige kennisneming.
De geschoonde passages betreffen onder meer memo's over projecten Verhuld Vermogen en groepsverzoeken Zwitserland, waarin ook persoonlijke meningen en juridische advisering zijn opgenomen. De rechtbank concludeert dat deze informatie niet relevant is voor de individuele zaak en dat geheimhouding gerechtvaardigd is.
De beslissing bevestigt dat geheimhouding van stukken in bestuursrechtelijke belastingzaken alleen bij gewichtige redenen wordt toegestaan, waarbij de belangen van de inspecteur en de bescherming van privacy prevaleren boven het belang van belanghebbenden aan openbaarheid.
Uitkomst: Het verzoek van de inspecteur om geheimhouding van bepaalde stukken wordt toegewezen.