Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Achtergrond
2.Beoordeling
3.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze meervoudige bestuursrechtelijke procedure heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant in één geschrift uitspraken gedaan over dertien zaken waarin buitenlandse beleggingsfondsen, zogenoemde Spezial Sondervermögen met één deelnemer, verzoeken indienden tot teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting.
De rechtbank baseert zich op eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad en haar eigen uitspraak van 24 augustus 2020, waarin is geoordeeld dat een Spezial Sondervermögen met één deelnemer transparant is voor de vennootschapsbelasting en niet kwalificeert als opbrengstgerechtigde in de zin van de Wet op de dividendbelasting. Hierdoor kan geen aanspraak worden gemaakt op de teruggaafregeling.
Partijen zijn het erover eens dat de verzoeken niet mede namens de deelnemer zijn ingediend en dat de rechtbank uitspraak kan doen op basis van de stukken zonder zitting. De rechtbank ziet geen aanleiding om de zaken aan te houden in afwachting van hoger beroep en wijst de beroepen ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak bevestigt dat de teruggaafregeling van dividendbelasting niet van toepassing is op deze fondsstructuren en sluit aan bij het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 29 april 2021 (zaak C-480/19) over rechtsvormneutraliteit.
Uitkomst: De rechtbank wijst de teruggaafverzoeken van dividendbelasting af omdat de Spezial Sondervermögen met één deelnemer niet als opbrengstgerechtigde kwalificeren.