Belanghebbende, een buitenlands gevestigd fonds, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2015, 2016 en 2017. Zij stelde zich op het standpunt dat zij vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling (fbi) en op grond daarvan recht heeft op teruggaaf.
De rechtbank overweegt dat op grond van het overgangsrecht en de jurisprudentie van de Hoge Raad het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd doordat buitenlandse beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor de afdrachtvermindering. Hierdoor bestaat geen recht op teruggaaf van dividendbelasting. Klachten over vermeende belemmeringen en het concept van vervangende betaling behoeven daarom geen behandeling.
Daarnaast is het beroep namens participanten niet-ontvankelijk, omdat de identiteit van deze participanten niet is opgegeven binnen de beroepstermijn en er geen inhoudelijke onderbouwing is gegeven. De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.