ECLI:NL:RBZWB:2021:5947
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van eervol ontslag op grond van verstoorde arbeidsverhouding en impasse
Eiser was werkzaam bij Werkplein Hart van West-Brabant na detachering vanuit de gemeente Roosendaal en ontving eervol ontslag per 1 december 2019 op grond van artikel 8:8 van Pro de Arbeidsvoorwaarden-regeling (Avr). Eiser betwistte het ontslag en de toereikendheid van de ontslagregeling, stellende dat er geen duurzame impasse was en dat het Werkplein een overwegend aandeel had in de situatie.
De rechtbank overwoog dat voortzetting van het dienstverband niet van het Werkplein kon worden verlangd vanwege een onoverbrugbare impasse en dat het Werkplein gemotiveerd had gekozen voor de ontslaggrond van artikel 8:8 Avr Pro. Er was sprake van langdurige problemen, negatieve beoordelingen, arbeidsongeschiktheid en een gebrek aan vertrouwen, waarbij passende alternatieve functies ontbraken.
De rechtbank oordeelde dat het Werkplein voldoende pogingen had gedaan om de impasse op te lossen en dat de aangeboden ontslagregeling, inclusief garantie WW-uitkering en aanvullende uitkeringen, passend was gezien de omstandigheden ten tijde van het ontslag. De latere toekenning van een WIA-uitkering en het niet uitbetalen van een arbeidsongeschiktheidsverzekering maakten de regeling niet onredelijk.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het bestreden besluit, zonder proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het eervol ontslag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.