Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2022 in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [plaatsnaam 1] , eiseres
Procesverloop
Feiten en omstandigheden
Omvang geschil
Wettelijk kader
Beoordeling
Conclusie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres, werkgever van een werkneemster die sinds 2017 ziekgemeld was, kreeg van het UWV een loonsanctie opgelegd vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen. Het UWV verlengde de loondoorbetalingsplicht tot november 2020. Eiseres maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank toetste het besluit en de motivering van het UWV.
De rechtbank overwoog dat er geen sprake was van structurele werkhervatting die aansloot bij de functionele mogelijkheden van de werkneemster. De medische beoordeling door UWV-artsen gaf aan dat werkneemster belastbaar was voor 4 uur per dag, meer dan de bedrijfsarts had vastgesteld. De rechtbank stelde vast dat de werkgever verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de re-integratie, ook als dit via een bedrijfsarts verloopt.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiseres over onzorgvuldigheid van het UWV-onderzoek en de noodzaak van een spreekuurcontact in bezwaar. De motivering van het UWV was voldoende concreet en de loonsanctie terecht opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling uitgesloten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de loonsanctie van het UWV wordt bevestigd.