ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake loonsanctie Wet WIA wegens onjuiste herroeping
De zaak betreft een hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen over een loonsanctie opgelegd aan de werkgever van betrokkene op grond van de Wet WIA. De loonsanctie was aanvankelijk opgelegd wegens onvoldoende administratieve informatie over het re-integratietraject, maar werd later door het UWV herroepen omdat de administratieve tekortkomingen waren weggenomen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onterecht onderscheid maakte tussen administratieve en inhoudelijke loonsancties en vernietigde het bestreden besluit. Het UWV stelde in hoger beroep dat wijziging van de grondslag van de loonsanctie tot andere rechtsgevolgen leidt en dat herroeping gerechtvaardigd was omdat de inhoudelijke tekortkomingen niet waren hersteld.
De Raad oordeelt dat het rechtsgevolg van de loonsanctie uitsluitend de verlenging van de loondoorbetalingsperiode is en dat wijziging van de grondslag van administratief naar inhoudelijk geen ander rechtsgevolg heeft. Omdat de herroeping plaatsvond na afloop van de wachttijd, was deze niet mogelijk. De rechtbank heeft de aangevallen uitspraak ten onrechte vernietigd en het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep van het UWV ongegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten.