Eiser verzocht het UWV om herziening van een terugvorderingsbesluit uit 2013 op grond van een strafrechtelijke vrijspraak in 2013. Het UWV wees het verzoek af omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd. De rechtbank oordeelt dat het vonnis van de politierechter als nieuw feit moet worden aangemerkt, maar het UWV heeft het vonnis niet inhoudelijk beoordeeld. Dit is een motiveringsgebrek, maar het leidt niet tot benadeling van eiser.
De rechtbank stelt vast dat er een voldoende verband bestaat tussen de strafzaak en de bestuursrechtelijke procedure. De vrijspraak betreft alleen het niet verstrekken van informatie, maar eiser werd wel veroordeeld voor het overtreden van de Opiumwet. Bij de herziening van de Ziektewet-uitkering gaat het om het niet melden van werkzaamheden gerelateerd aan hennep, wat eiser volgens het vonnis wel heeft gedaan. Daarom is het UWV terecht gebleven bij het oorspronkelijke besluit.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, draagt het griffierecht terug aan eiser en veroordeelt het UWV in de proceskosten van €759. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.