Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot € 46.027 en de rentebeschikking dienovereenkomstig;
- vermindert de boetebeschikking tot € 2.850;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 500;
2.Gronden
- Kassabonnen met detailgegevens ten aanzien van de omzet gesplitst naar verkopen waterpijptabak en lachgas over de gehele controleperiode (6 april 2016 tot en met 31 december 2018).
- De factuur van 21 oktober 2018 van [naam], welke niet in de administratie van [onderneming] is aangetroffen.
- Alle facturen inzake de inkoop waterpijptabak over de periode 6 april 2016 tot en met 18 november 2018. Er zijn in deze periode namelijk geen aankopen shisha tabak in de administratie verantwoord terwijl er wel vanaf 29 oktober 2016 shisha tabak is verkocht en ook omzet is verantwoord door [onderneming].
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;