Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem per 16 juni 2020 geen WIA-uitkering toe te kennen vanwege een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van 0%.
De rechtbank heeft het medisch onderzoek van het UWV, uitgevoerd door een verzekeringsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep, als zorgvuldig beoordeeld. Hoewel eiser klachten van slaapdeprivatie en vermoeidheid aanvoerde, is dit onvoldoende onderbouwd met objectieve medische gegevens. De verzekeringsartsen hebben de beperkingen op basis van objectief vastgestelde functionele mogelijkheden vastgesteld en de rechtbank volgt dit oordeel.
De arbeidsdeskundige heeft passende functies geselecteerd die aansluiten bij de belastbaarheid van eiser. De rechtbank acht deze functies medisch passend en wijst de bezwaren van eiser over taalbeheersing en reductiefactor af. Op basis van deze functies is de mate van arbeidsongeschiktheid berekend en vastgesteld op 0%, hetgeen betekent dat eiser geen recht heeft op een WIA-uitkering.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een onafhankelijke deskundige af. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders op 23 juni 2022.