ECLI:NL:RBZWB:2022:4721
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op Wob-verzoek en oplegging dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn Wob-verzoek van 30 juni 2021. De rechtbank had eerder op 11 februari 2022 een termijn gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen, maar verweerder heeft hieraan niet voldaan.
De rechtbank stelt vast dat de rechterlijke dwangsom die toen werd opgelegd nog niet volledig is verbeurd. Desondanks blijft het beroep gegrond omdat verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen. De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Met de inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo) op 1 mei 2022 wordt de Wob ingetrokken en moeten besluiten op vóór die datum ingediende verzoeken worden genomen met inachtneming van de Woo. De rechtbank legt een dwangsom van €250 per dag op vanaf 9 september 2022, met een maximum van €37.500, en bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht aan eiser moet vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.