Belanghebbende is houder van een kampeerauto met een eerste toelatingsdatum en tenaamstelling op 7 maart 2020. Hij verzocht op 6 oktober 2020 om toepassing van het kwarttarief motorrijtuigenbelasting, dat door de inspecteur werd toegekend met ingang van 7 september 2020, het begin van het tijdvak waarin het verzoek werd ontvangen.
Belanghebbende betoogde dat hij niet wist dat een verzoek moest worden ingediend en dat de Belastingdienst onvoldoende en onduidelijke informatie gaf, waardoor hij onterecht meer belasting betaalde. Hij beriep zich op het vertrouwensbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en verwees naar verouderde wetgeving en een eerdere uitspraak van het hof.
De rechtbank overwoog dat het kwarttarief alleen op verzoek wordt toegepast en dat de inspecteur het tarief correct toepaste volgens de wettelijke bepalingen en beleidsregels. De informatie op de website was niet onjuist, en de inspecteur was niet verplicht belanghebbende actief te informeren. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en andere beginselen faalde. Ook het argument dat de RDW de benodigde gegevens al had, bood geen grond voor een andere beslissing.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende zelf verantwoordelijk is voor het tijdig indienen van het verzoek en dat de wetgeving correct is toegepast. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beschikking bleef ongewijzigd.