ECLI:NL:RBZWB:2022:6733
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening en terugvordering kindgebonden budget 2020 na beëindiging kinderbijslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de herziening van haar recht op kindgebonden budget over 2020 en de terugvordering van een te veel verstrekt voorschot. De Belastingdienst/Toeslagen had het voorschot verlaagd omdat de Sociale Verzekeringsbank (Svb) had vastgesteld dat het recht op kinderbijslag voor haar zoon per 24 mei 2020 was geëindigd.
De rechtbank oordeelt dat de Belastingdienst/Toeslagen terecht het kindgebonden budget heeft herzien, omdat het recht op kinderbijslag is beëindigd en het kindgebonden budget daarop volgt. De terugvordering van het teveel ontvangen bedrag is eveneens terecht, ondanks dat in het bestreden besluit geen belangenafweging is gemaakt. Dit motiveringsgebrek wordt gepasseerd omdat de Belastingdienst/Toeslagen in het verweerschrift alsnog een belangenafweging heeft gemaakt en geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken die matiging rechtvaardigen.
De rechtbank wijst erop dat de onjuiste informatie van de Svb het gevolg was van onvolledige inlichtingen van eiseres zelf. Ook acht de rechtbank de terugvordering niet onevenredig, mede omdat een betalingsregeling mogelijk is. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt vergoed en de reiskosten van eiseres worden toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het teveel ontvangen kindgebonden budget wordt bevestigd.