ECLI:NL:RBZWB:2022:7634
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs wegens rijden onder invloed van cannabis
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) heeft op 14 november 2022 een onderzoek naar de rijgeschiktheid van verzoeker opgelegd en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst, nadat de politie meldde dat verzoeker op 14 augustus 2022 onder invloed van cannabis reed met een THC-gehalte van 12 microgram per liter bloed, terwijl de grenswaarde 3 microgram is.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd om weer te mogen rijden, omdat hij als postbezorger afhankelijk is van zijn rijbewijs. De voorzieningenrechter erkent het spoedeisend belang van verzoeker, maar oordeelt dat het CBR verplicht is de schorsing op te leggen bij een vermoeden van ongeschiktheid, zonder ruimte voor belangenafweging.
Hoewel verzoeker aangeeft dat zijn werk de enige stabiele factor is en hij inmiddels geen cannabis meer gebruikt, kan dit geen reden zijn om de schorsing buiten toepassing te laten. De beoordeling van de rijgeschiktheid vindt plaats in het nader onderzoek, waarvan de intake gepland staat op 17 december 2022.
De voorzieningenrechter concludeert dat de schorsing niet onevenredig is en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Verzoeker mag voorlopig niet rijden en er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van het rijbewijs wordt afgewezen, waardoor verzoeker voorlopig niet mag rijden.