ECLI:NL:RVS:2021:642
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik ondanks bezwaar appellant
Appellant is tweemaal staande gehouden met een te hoog ademalcoholgehalte, waarna het CBR hem een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) oplegde. Na een tweede overtreding en daaropvolgend psychiatrisch onderzoek werd vastgesteld dat appellant alcoholmisbruik in ruime zin vertoont. Het CBR verklaarde daarop zijn rijbewijs ongeldig, wat door appellant werd aangevochten.
De rechtbank oordeelde dat het CBR de psychiatrische rapporten terecht aan zijn besluit ten grondslag legde en dat het besluit zonder nadere belangenafweging genomen moest worden. Appellant voerde onder meer aan dat de rapporten onzorgvuldig waren en dat een belangenafweging had moeten plaatsvinden gezien zijn persoonlijke situatie.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. De diagnose alcoholmisbruik in ruime zin is gebaseerd op meerdere aanwijzingen, waaronder herhaalde aanhoudingen en verhoogde CDT-waarden. De door appellant aangevoerde contra-indicaties en verklaringen van begeleiders wegen niet op tegen het deskundigenoordeel. De Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 verplicht het CBR het rijbewijs ongeldig te verklaren bij deze diagnose zonder belangenafweging.
De Raad van State acht de gevolgen van het besluit niet onevenredig en wijst het hoger beroep af. Tevens wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs bevestigd.