ECLI:NL:RBZWB:2022:771
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Eiser verhuurt sinds 1 december 2015 een nieuwbouwwoning aan een bijstandsgerechtigde die een uitkering ontvangt. Verweerder heeft op basis van een onderzoek geconcludeerd dat eiser en de bijstandsgerechtigde vanaf 1 januari 2016 een gezamenlijke huishouding voeren, hetgeen niet is gemeld. Hierdoor is de bijstandsuitkering ingetrokken en teruggevorderd, waarbij eiser hoofdelijk aansprakelijk is gesteld.
De rechtbank beoordeelt dat verweerder voldoende bewijs heeft geleverd, waaronder getuigenverklaringen, energieverbruik en sociale media berichten, waaruit blijkt dat eiser zijn hoofdverblijf had in de woning en er sprake was van wederzijdse zorg en financiële verstrengeling. Eiser heeft onvoldoende tegenbewijs geleverd.
De rechtbank wijst het beroep van eiser af en bevestigt dat de terugvordering en hoofdelijkheid terecht zijn. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak benadrukt het belang van maatschappelijke solidariteit en bestrijding van fraude bij sociale voorzieningen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van bijstand en hoofdelijkheid wordt ongegrond verklaard.