ECLI:NL:RBZWB:2022:8200
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek teruggaaf dividendbelasting buitenlandse beleggingsinstelling
Belanghebbende, een in het Verenigd Koninkrijk gevestigd beleggingsfonds, verzocht om teruggaaf van dividendbelasting over de boekjaren 2007/2008 tot en met 2010/2011. De inspecteur wees deze verzoeken af, waarbij het verzoek voor 2007/2008 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek voor 2007/2008 inderdaad te laat was ingediend, aangezien de wettelijke termijn van drie jaar na afloop van het boekjaar was overschreden. Voor de jaren vanaf 2008 geldt het regime van afdrachtvermindering, waarbij de Hoge Raad heeft geoordeeld dat buitenlandse beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor teruggaaf zonder vervangende betaling, waaraan belanghebbende niet heeft voldaan.
Daarnaast heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat zij voldoende vergelijkbaar is met een Nederlandse fiscale beleggingsinstelling, met name vanwege het niet voldoen aan de dooruitdelingseis. De rechtbank volgt eerdere jurisprudentie waarin werd geoordeeld dat in het Verenigd Koninkrijk gevestigde fondsen niet vergelijkbaar zijn met Nederlandse fbi's. Gezien deze overwegingen verklaarde de rechtbank de beroepen ongegrond en wees het verzoek om teruggaaf af.
Uitkomst: Het verzoek om teruggaaf van dividendbelasting over de boekjaren 2007/2008 tot en met 2010/2011 is terecht afgewezen.