Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2006 tot en met 2011. De inspecteur heeft deze verzoeken afgewezen omdat belanghebbende niet voldoet aan de Nederlandse maatstaven van transparantie en niet kan worden aangemerkt als fiscale beleggingsinstelling (fbi).
De rechtbank heeft het beroep aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad, maar na het uitblijven van een reactie van belanghebbende op verzoeken tot nadere motivering en mondelinge behandeling, is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven. De rechtbank oordeelt dat de afwijzing terecht is, mede gelet op het overgangsrecht en de jurisprudentie van de Hoge Raad over het vrije verkeer van kapitaal en de afdrachtvermindering.
Daarnaast is het beroep namens een participant in het fonds niet-ontvankelijk verklaard omdat geen teruggaafverzoeken namens deze participant zijn ingediend. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de teruggaafverzoeken dividendbelasting over 2006-2011 wordt ongegrond verklaard.