Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
€ 0
€ 21.330-/-
[e-mail]. Dit is eigenlijk het emailadres van meneer [naam 2] . [ [eenmanszaak] ] is zijn firma.”
Lening [B.V. 1] in verband met de jachthaven in [plaats 9]
Leningen aan [B.V. 8] en [B.V. 13] B.V.
[ [B.V. 1] ]
rechtbank]
rechtbank]
rechtbank]
rechtbank] nemen zij hun intrek in de in opdracht van [ [naam 2] ] gebouwde woning op het adres [adres 3] te [plaats 5] , Duitsland.
rechtbank]
rechtbank]”
rechtbank], [ [B.V. 1] ] en [B.V. 3] de papertrail niet compleet is, noch betrouwbaar. Het is misdrijf is daardoor niet verder te concretiseren.”
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart het beroep in de zaak met kenmerk BRE 19/5999 gegrond;
- verklaart het beroep in de zaak met kenmerk BRE 19/5998 ongegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar betreffende de aanslag Zvw 2015 en de bijbehorende beschikking belastingrente;
- vernietigt de aanslag Zvw 2015;
- vernietigt de bijbehorende beschikking belastingrente;
- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn toe;
- veroordeelt de Staat (de minister voor Rechtsbescherming) tot vergoeding van de aan de beroepsfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op € 2.000;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 1.970; en
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 47 aan deze vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: