Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 26 januari 2023
- de akte van [eiser]
- de spreekaantekeningen van de gemachtigden van partijen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser trad op 1 oktober 2018 in dienst bij VEE en zegde zijn arbeidsovereenkomst op 4 oktober 2021 op. Eiser vordert betaling van achterstallig loon, vakantiebijslag, dertiende maand, niet genoten vakantiedagen, wettelijke rente, wettelijke verhoging, incassokosten en proceskosten.
VEE voert verweer dat de arbeidsovereenkomst mondeling en met wederzijds goedvinden per juli 2021 was beëindigd en betwist de hoogte van de vakantiedagen en de werkzaamheden van eiser na die datum. De kantonrechter oordeelt dat de mondelinge beëindiging niet rechtsgeldig is omdat deze niet schriftelijk is vastgelegd zoals vereist volgens artikel 7:670b lid 1 BW.
Verder stelt de kantonrechter vast dat eiser zijn werkzaamheden gedeeltelijk heeft verricht en dat VEE onvoldoende heeft bewezen dat het niet verrichten van arbeid voor rekening van eiser moet komen. Daarom is VEE verplicht het volledige loon en de overige vergoedingen te betalen.
De vorderingen van eiser worden grotendeels toegewezen, met een matiging van de wettelijke verhoging tot 10%. VEE wordt veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen, verstrekking van een specificatie en jaaropgave, en in de proceskosten. De vordering van VEE in reconventie wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet tijdige indiening.
Uitkomst: VEE wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, toeslagen, vakantiegeld, niet genoten vakantiedagen, rente, incassokosten en proceskosten; mondelinge beëindiging arbeidsovereenkomst is niet rechtsgeldig.