Uitspraak
1.De procedure
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 3 februari 2023.
2.De feiten
- Op 4 augustus 2021 heeft JDA - voor zover van belang – per e-mail het volgende aan [eiser] bericht:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De werknemer verrichtte vanaf 23 augustus 2021 werkzaamheden voor JDA, hoewel de schriftelijke arbeidsovereenkomst pas op 27 oktober 2021 werd ondertekend met ingang van 1 oktober 2021. De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst feitelijk al vanaf 23 augustus 2021 bestond, waardoor de werknemer recht heeft op loon over augustus en september 2021.
De werknemer nam op 29 april 2022 ontslag op staande voet wegens onvrede over salarisbetalingen en andere arbeidsomstandigheden. De kantonrechter stelde vast dat het ontslag niet rechtsgeldig was, omdat de dringende reden niet onverwijld was medegedeeld en de werknemer geen concrete reden bij het ontslag had genoemd.
De loonvordering van de werknemer over de maanden augustus en september 2021 werd deels toegewezen, maar het saldo werd verrekend met de gefixeerde schadevergoeding die de werknemer aan JDA verschuldigd is wegens onregelmatige opzegging. Na verrekening resteert geen vordering meer van de werknemer. Daarnaast werd JDA veroordeeld tot het verstrekken van loonstroken en specificaties van vergoedingen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig; loonvordering afgewezen wegens verrekening met schadevergoeding; werkgever moet loonstroken en specificaties verstrekken.