Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag bpm en de daarbij in rekening gebrachte belastingrente. De inspecteur heeft het bezwaar gegrond verklaard en de aanslag en rente verminderd tot nihil, tevens een kostenvergoeding toegekend. Belanghebbende stelde dat het hoorrecht was geschonden en dat verrekende bedragen niet zijn uitbetaald, wat de rechtbank onbevoegd achtte om te beoordelen.
De rechtbank oordeelde dat het hoorrecht niet was geschonden omdat de inspecteur het bezwaar volledig had ingewilligd en daarom mocht afzien van horen. De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn van twee jaar was overschreden met tien maanden, waardoor belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van €1.000.
Verder werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en een aanvullende proceskostenvergoeding van €75 vanwege bijzondere omstandigheden. De rechtbank wees verzoeken tot rentevergoeding af, behalve dat wettelijke rente verschuldigd is indien betalingen niet binnen vier weken na uitspraak plaatsvinden. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om uitspraak te doen over de invordering en verrekening van bedragen en over eventuele invorderingsrente.