ECLI:NL:CRVB:2021:3132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening toeslag en boete wegens niet-melden pensioeninkomen
Appellant ontving een toeslag op zijn WIA-uitkering op grond van de Toeslagenwet, die per 22 mei 2018 werd beëindigd vanwege het bereiken van de AOW-leeftijd. Het Uwv constateerde dat appellant vanaf 1 januari 2018 pensioeninkomsten van Aegon ontving die niet waren gemeld, en reviseerde daarom de toeslag met terugwerkende kracht. Tevens legde het Uwv een boete op wegens schending van de informatieplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het Uwv terecht van de gegevens uit Suwinet was uitgegaan en dat appellant de informatieplicht had geschonden. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet tijdig was gehoord vanwege de lange postbezorging naar Rusland en betwistte de kennis van zijn pensioenrechten.
De Raad oordeelt dat het Uwv niet aan de hoorplicht had voldaan omdat de reactietermijn niet redelijk was gezien de verblijfplaats van appellant buiten de EU. Dit gebrek wordt echter gepasseerd omdat appellant alsnog zijn standpunten kon toelichten. De Raad bevestigt dat appellant de informatieplicht heeft geschonden en dat het Uwv terecht de toeslag heeft herzien en een boete heeft opgelegd. De boete van 50% van het benadelingsbedrag is proportioneel.
Tot slot bepaalt de Raad dat het Uwv het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbetering van gronden.
Uitkomst: De herziening van de toeslag en de boete worden bevestigd, met vergoeding van het griffierecht aan appellant.