ECLI:NL:RBZWB:2023:2271
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht en gokactiviteiten
Eisers ontvingen sinds februari 2016 een bijstandsuitkering. Na een heronderzoek in november 2020 trok Baanbrekers hun uitkering in vanaf 3 maart 2017 vanwege niet-nakoming van de inlichtingenplicht, specifiek het niet melden van gokactiviteiten. Tevens werd een bedrag van €43.583,86 teruggevorderd.
Eisers betwistten de intrekking en terugvordering en stelden dat hun recht op bijstand wel vastgesteld kon worden op basis van bankafschriften en een overzicht van hun gokaccount. Ook voerden zij overmacht aan wegens gokverslaving en psychische klachten. De rechtbank oordeelde dat de inlichtingenplicht objectief is en verwijtbaarheid niet relevant is. Eisers slaagden er niet in aannemelijk te maken dat zij recht hadden op bijstand over de betrokken periodes.
De rechtbank stelde vast dat bankafschriften en het gokoverzicht onvoldoende inzicht boden, mede door gebruik van anonieme prepaidkaarten en contante geldopnames. De stelling dat er per saldo verlies was, maakte geen verschil bij de vaststelling van inkomsten. Ook sloot de rechtbank aan bij de vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en verwierp de vuistregel van de rechtbank Rotterdam.
De intrekking en terugvordering waren rechtmatig en er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.