ECLI:NL:RBZWB:2023:2310
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaar tegen DNA-afname bij veroordeelde faillissementsfraude
De veroordeelde is veroordeeld voor medeplegen van faillissementsfraude, verduistering en het niet bewaren van belastingbescheiden. Hij maakte bezwaar tegen het afnemen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 Wet Pro DNA-onderzoek bij veroordeelden, stellende dat DNA-onderzoek geen betekenis heeft voor de opsporing en vervolging van zijn strafbare feiten.
De rechtbank oordeelt dat de misdrijven voldoen aan de wettelijke vereisten voor DNA-afname, maar dat uitzonderingen mogelijk zijn wanneer DNA-onderzoek niet bijdraagt aan opsporing en vervolging. Gelet op de aard van de feiten en de bijzondere omstandigheden, waaronder het feit dat de veroordeelde inmiddels 59 jaar is en de feiten ruim zes jaar oud zijn, acht de rechtbank DNA-onderzoek niet van betekenis.
De rechtbank verklaart het bezwaar gegrond en beveelt dat het celmateriaal terstond wordt vernietigd. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is gegrond verklaard en het celmateriaal wordt vernietigd.