ECLI:NL:RBZWB:2023:3223
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Kort geding
- Zander
- Rechtspraak.nl
Toewijzing loonvordering wegens onterechte stopzetting loondoorbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid
De werknemer is sinds 2000 in dienst en meldde zich in april 2021 ziek. De bedrijfsarts adviseerde herhaaldelijk het herstel af te wachten en beperkte het contact met de werkgever vanwege een verstoorde arbeidsrelatie. De werkgever stopte vanaf oktober 2022 de loonbetaling wegens vermeend niet nakomen van re-integratieverplichtingen door de werknemer.
De werknemer vordert betaling van achterstallig loon over diverse salarisperioden, wettelijke verhoging, rente en kosten. De werkgever stelt dat de werknemer onvoldoende contact hield en weigert loonbetaling terecht. De kantonrechter stelt vast dat het oordeel over re-integratieverplichtingen bij de bedrijfsarts ligt en dat de werkgever geen second opinion heeft aangevraagd.
De kantonrechter acht het spoedeisend belang aanwezig vanwege het loon en oordeelt dat de werknemer zich aan zijn verplichtingen heeft gehouden. De stopzetting van loon door de werkgever is onterecht. De loonvordering wordt toegewezen met een gematigde wettelijke verhoging van 25% en toewijzing van rente en buitengerechtelijke kosten. De werkgever wordt tevens veroordeeld tot het verstrekken van salarisspecificaties en betaling van proceskosten.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging, rente, kosten en verstrekking van salarisspecificaties.