ECLI:NL:RBZWB:2023:3429
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Beschikking
- Kool
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst met toekenning transitievergoeding wegens redelijke grond
Werknemer was sinds 18 januari 2021 in dienst van werkgever en is arbeidsongeschikt wegens ziekte, waardoor het opzegverbod tijdens ziekte van toepassing is. Werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:669 lid 3 BW Pro, specifiek onder g, h en i. Ondanks het opzegverbod kon het ontbindingsverzoek worden ingewilligd op grond van artikel 7:671b lid 6 BW.
De kantonrechter stelde vast dat er andere omstandigheden aanwezig waren die het voor werkgever onredelijk maakten om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onder Pro h BW. Herplaatsing van werknemer binnen een redelijke termijn was niet mogelijk. Daarom werd de arbeidsovereenkomst ontbonden met inachtneming van de opzegtermijn per 1 oktober 2023.
De werknemer kreeg een transitievergoeding toegekend van € 2.675,26 bruto, berekend op basis van het bruto maandsalaris van € 2.750,00 vermeerderd met 8% vakantiebijslag en de duur van het dienstverband. De door werknemer gevorderde billijke vergoeding werd afgewezen omdat geen ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werkgever was vastgesteld.
Tot slot bepaalde de kantonrechter dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen, aangezien geen van beide partijen ernstig verwijtbaar handelde. De beschikking werd gegeven door rechter Kool en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2023.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 oktober 2023 met toekenning van een transitievergoeding van € 2.675,26 bruto.