ECLI:NL:RBZWB:2023:3429

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 mei 2023
Publicatiedatum
19 mei 2023
Zaaknummer
10300441 AZ VERZ 23-6
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Kool
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 3 BWArt. 7:671b lid 6 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst met toekenning transitievergoeding wegens redelijke grond

Werknemer was sinds 18 januari 2021 in dienst van werkgever en is arbeidsongeschikt wegens ziekte, waardoor het opzegverbod tijdens ziekte van toepassing is. Werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:669 lid 3 BW Pro, specifiek onder g, h en i. Ondanks het opzegverbod kon het ontbindingsverzoek worden ingewilligd op grond van artikel 7:671b lid 6 BW.

De kantonrechter stelde vast dat er andere omstandigheden aanwezig waren die het voor werkgever onredelijk maakten om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onder Pro h BW. Herplaatsing van werknemer binnen een redelijke termijn was niet mogelijk. Daarom werd de arbeidsovereenkomst ontbonden met inachtneming van de opzegtermijn per 1 oktober 2023.

De werknemer kreeg een transitievergoeding toegekend van € 2.675,26 bruto, berekend op basis van het bruto maandsalaris van € 2.750,00 vermeerderd met 8% vakantiebijslag en de duur van het dienstverband. De door werknemer gevorderde billijke vergoeding werd afgewezen omdat geen ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werkgever was vastgesteld.

Tot slot bepaalde de kantonrechter dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen, aangezien geen van beide partijen ernstig verwijtbaar handelde. De beschikking werd gegeven door rechter Kool en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2023.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 oktober 2023 met toekenning van een transitievergoeding van € 2.675,26 bruto.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer / rekestnummer: 10300441 \\ AZ VERZ 23-6
Beschikking van 17 mei 2023
in de zaak van
ESTRATEGY B.V.,
te Goes,
verzoekende partij,
hierna te noemen: werkgever,
gemachtigde: mr. J.P.G. van Roeyen,
tegen
[werknemer],
te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: werknemer,
gemachtigde: mr. E.N. Mulder.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 25 januari 2023 ontvangen verzoekschrift met producties 1 tot en met 15,
- het verweerschrift met producties 1 tot en met 4;
- de brief van mr. Van Roeyen van 14 april 2023 met productie 16;
- de mondelinge behandeling gehouden op 19 april 2023, alsmede de op die mondelinge behandeling door mr. Van Roeyen overgelegde en voorgedragen pleitnotities en de door mr. Mulder overgelegde en voorgedragen spreekaantekeningen.
1.2.
Ten slotte heeft de kantonrechter uitspraak bepaald.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1.
Werknemer is in dienst van werkgever.
2.2.
Werkgever heeft verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de gronden als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 aanhef Pro en onder g, h en i BW. Werknemer heeft daartegen verweer gevoerd en tegenverzoeken ingediend.
2.3.
Werknemer is arbeidsongeschikt wegens ziekte, zodat het opzegverbod tijdens ziekte geldt. Ondanks dit opzegverbod kan het ontbindingsverzoek toch worden ingewilligd gelet op het bepaalde in artikel 7:671b lid 6 BW.
2.4.
De kantonrechter stelt vast dat er andere omstandigheden zijn die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 aanhef Pro en onder h BW. Dit levert een redelijke grond op voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Herplaatsing van werknemer binnen een redelijke termijn is niet mogelijk of ligt niet in de rede. De kantonrechter zal daarom, met in achtneming van de opzegtermijn, de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2023 ontbinden, zoals is verzocht door werkgever.
2.5.
In verband met de ontbinding komt werknemer een transitievergoeding toe. Uitgaande van het loon van € 2.750,00 bruto per maand, vermeerderd met 8% vakantiebijslag, en de duur van de arbeidsovereenkomst van 18 januari 2021 tot en met 30 september 2023 bedraagt de transitievergoeding € 2.675,26 bruto.
2.6.
De door werknemer gevorderde billijke vergoeding wordt afgewezen, aangezien niet is gebleken dat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.
2.7.
De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten dragen, omdat geen sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van één van beide partijen (aanbeveling 3.2 van de Aanbeveling schikken en proceskosten Wwz).

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 oktober 2023,
3.2.
veroordeelt werkgever om aan werknemer een transitievergoeding van € 2.675,26 bruto te betalen,
3.3.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
3.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Kool en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2023.