ECLI:NL:RBZWB:2023:3990
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzuimboete wegens onjuiste aangiftebiljet na emigratie
Belanghebbende emigreerde op 8 juli 2019 naar het buitenland en werd uitgenodigd om voor het jaar 2019 een M-biljet in te dienen, bedoeld voor personen die slechts een deel van het jaar in Nederland verbleven. In plaats daarvan diende hij op 24 november 2020 een P-biljet in, dat niet kon worden verwerkt. De inspecteur stuurde vervolgens een brief met het juiste M-biljet en herinneringen, die naar het oude adres in Nederland werden gestuurd.
Belanghebbende had de inspecteur op 19 mei 2021 schriftelijk verzocht zijn adres te wijzigen, maar dit verzoek werd pas op 28 mei 2021 ontvangen, terwijl de aanmaning op 19 mei 2021 werd verzonden. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur niet verantwoordelijk is voor de verkeerde adressering en dat het niet tijdig doorgeven van de adreswijziging voor rekening en risico van belanghebbende komt.
Daarmee stond vast dat belanghebbende niet tijdig het juiste aangiftebiljet had ingediend en was het beboetbare aangifteverzuim aanwezig. De rechtbank vond de opgelegde verzuimboete passend en geboden, mede omdat belanghebbende geen omstandigheden had aangevoerd die matiging rechtvaardigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de verzuimboete bleef in stand.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de verzuimboete van €385 wegens het niet tijdig indienen van het juiste aangiftebiljet.