ECLI:NL:HR:2022:84
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over binnenlandse belastingplicht en informatiebeschikkingen
Belanghebbende, een belastingadviseur die sinds 2008 in Thailand woont, werd voor de jaren 2011 tot en met 2015 als binnenlands belastingplichtige aangeslagen voor inkomstenbelasting en premieheffing Zorgverzekeringswet. Het hof oordeelde dat belanghebbende een duurzame band met Nederland had en dat de aanslagtermijn voor 2011 was verlengd door een informatiebeschikking. Tevens werd de bewijslast omgekeerd en verzwaard omdat belanghebbende geen aangiften als binnenlands belastingplichtige had gedaan.
Belanghebbende stelde in cassatie onder meer dat de aanslag voor 2011 niet tijdig was opgelegd omdat de informatiebeschikking was vervallen en dat hij niet verplicht was aangifte te doen als binnenlands belastingplichtige omdat hij niet daartoe was uitgenodigd. De Hoge Raad oordeelde dat de termijnverlenging bij een informatiebeschikking ook eindigt wanneer deze vervalt en niet alleen bij onherroepelijkheid of vernietiging. Tevens stelde de Hoge Raad vast dat het hof onjuist had geoordeeld over de bewijslast omdat belanghebbende niet was uitgenodigd om als binnenlands belastingplichtige aangifte te doen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en belanghebbende kreeg het griffierecht vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam.