ECLI:NL:RBZWB:2023:4080
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek structurele ophoging Wmo-deeltaxi kilometerbudget tot 4500 km
Eiser, rolstoelgebonden en gebruiker van de Wmo-deeltaxi, verzocht het college om een structurele ophoging van zijn kilometerbudget van 1.500 naar 4.500 kilometer per jaar. Het college wees dit verzoek af en bood een overgangsregeling tot 1 september 2021. Na bezwaar en advies van de commissie bleef het college bij het besluit. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank overwoog dat het college het stappenplan conform de Wmo correct had gevolgd, de hulpvraag en vervoersbehoefte van eiser zorgvuldig had onderzocht en dat het maximale budget van 1.500 kilometer in lijn is met vaste jurisprudentie die dit als toereikend beschouwt voor participatie in de samenleving. De rechtbank vond geen objectieve noodzaak voor het hogere budget, mede omdat eiser zijn vrijwilligerswerk dichter bij huis kan uitvoeren maar dit niet wil.
De rechtbank oordeelde dat het college de hardheidsclausule terecht niet toepaste omdat er geen onbillijkheid van overwegende aard was. Ook het beroep op het VN-Gehandicaptenverdrag faalde omdat dit geen directe werking heeft voor gemeenten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beperking van het Wmo-deeltaxi kilometerbudget tot 1.500 km per jaar wordt ongegrond verklaard.